|
Canon
|
De canon met de kleine c van het DOC Volksverhaal is vanaf vrijdag 16 mei 2008 te vinden op www.kleinec.nl Dr. Theo Meder en Ruben Koman van het DOC Volksverhaal zijn in 2007 samen met prof. dr. Gerard Rooijakkers en studenten van de UvA gestart met de werkgroep 'De canon met de kleine c', de mondelinge of verbale canon. Aan de bestaande 'grote' Canon van de geschiedenis worden verhalen en liederen gekoppeld uit de mondelinge overlevering en vertel- en liedcultuur. De canon zal verhalen en liederen bevatten die exemplarisch zijn voor een lemma uit de bestaande Canon van de geschiedenis. In de canon zal per lemma een verhaal en/of lied worden belicht. Op deze manier wordt getracht de Canon van de Geschiedenis door middel van verhalen en liederen meer tot de verbeelding te laten spreken. Door de verhalen en liederen kunnen de afzonderlijke Canonvensters ook gemakkelijker worden onthouden. Op deze website staan twee voorbeelden uit de canon met de kleine c. Voor overige informatie verwijzen wij u naar de canonwebsite. Het is de bedoeling dat de Canon uiteindelijk gebruikt kan worden voor didactische doeleinden.  Omslag van de canon met de kleine c Uitgave website en bundel: Profiel Uitgeverij te Bedum. Redactie: werkgroep 'mondelinge canon'.
 Op deze pagina's treft u, naast onder meer nieuwsitems, twee voorbeeldvensters uit de Canon van de Geschiedenis aan, voorzien van een verhaal of lied. Het betreft de nummers 7 en 16: nr. 7 De Hanze: De Vrouwe van Stavoren en nr. 16 Hugo de Groot: de boekenkist. (laatste update: 09 september 2008)

|
|
Agenda en nieuws van onze canon |
-Artikelen over de canon uit de media kunt u vinden onder 'Persknipsels' (zie onder het linkerframe www.docvolksverhaal.nl).
-1 oktober 2008. Persbericht Dinsdag 7 oktober verschijnt het boek 'Canon met de kleine c'. Minister Plasterk ontvangt het eerste exemplaar. De publicatie, met hieraan gekoppeld de website www.kleinec.nl, is een aanvulling op de historische Canon van Nederland en bedoeld als een belangrijke verrijking. De ‘kleine c’ wil het verhaal terugbrengen in de samenleving en in het onderwijs. Dit gebeurt door aan de grote Canon vijftig volksverhalen, liederen en getuigenissen uit de mondelinge overlevering te koppelen. Allemaal uitingen uit de dagelijkse cultuur. Want verhalen blijven makkelijker in de herinnering hangen. Op de website www.kleinec.nl vindt men veel extra’s: er zijn links naar meer en uitgebreidere verhalen, en soms gaat het om foto’s, geluids- en filmfragmenten. Het rijk geïllustreerde boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Profiel te Bedum en kost in de winkel € 19,50.
De uitgave is een initiatief van het DOC Volksverhaal van het Meertens Instituut en de leerstoel Nederlandse Etnologie van de Universiteit van Amsterdam. Er is een stramien ontwikkeld waarin alle vijftig vensters van de grote Canon passen, met een eigen titel, een afbeelding, een introductie, een verhaal of lied, een commentaar en verwijzingen. Rekening is gehouden met een goede regionale spreiding. De kleine canon beoogt met deze opzet een breed publiek te bereiken en is bedoeld voor iedereen die geboeid is door volkscultuur, geschiedenis, en het mondeling overgeleverde verhaal en lied. Daarnaast is het de bedoeling dat de kleine canon in het onderwijs ingezet wordt. En tenslotte speelt de kleine canon graag een rol bij de profilering van een Nationaal Historisch Museum.
De nadruk op de orale traditie is de rode draad in het boek. De auteurs gingen vooral op zoek naar volksverhalen die ook daadwerkelijk zullen zijn verteld, liederen die zijn gezongen, voordrachten die gehouden zijn, en geruchten die hebben gecirculeerd. Onder de volksverhalen zijn de sagen in de meerderheid: dit zijn de traditionele verhalen die zich aan plaats en tijd vasthechten en die vaak voor waarheid verteld werden. Al met al is het materiaal divers uitgevallen: het betreft niet alleen mondeling overgeleverde sagen en legenden. Het gaat bijvoorbeeld ook om de preek, het verhaal van de meester bij een schoolplaat, de publieke redevoering, het interview, een spraakmakend krantenbericht, een uitgevent liedblad, een aan de deur verkochte centsprent, een artistiek optreden, een anekdote, een pamflet, een religieuze tekst als talisman, een spotprent, liefdeslyriek en een kindervers.
Canon met de kleine c: 50 verhalen en liederen bij de Canon van Nederland/ Theo Meder, Ruben A. Koman, Gerard Rooijakkers (red.). ISBN 978 90 5294 414 2 – 192 pagina’s – full color – gebrocheerd – verkoopprijs € 19,50 Meer informatie en bestellen: www.kleinec.nl of www.profiel.nl. - 16 mei 2008. De officiële aftrap. Website gepresenteerd in kasteel Hoensbroek Door Alyssa Hendriks
HOENSBROEK - Op vrijdag 16 mei 2008 is de canon met de kleine c officieel van start gegaan. Tijdens de tweede bijeenkomst van de nationale Canonkaravaan, dit keer in kasteel Hoensbroek nabij Heerlen, gaf de bijna complete canon-werkgroep een korte toelichting op het project. In de zaal waren leraren, beleidsmedewerkers, medewerkers van culturele instellingen en andere belangstellenden aanwezig. Met deze officiële presentatie is de canon met de kleine c een feit geworden. Op de bijbehorende website www.canonmetdekleinec.nl kan nog tot en met 16 juli op de verschillende lemma’s gereageerd worden.
De landelijke Canonkaravaan trekt alle provincies en de vier grote steden langs om de Canon van Nederland onder de aandacht te brengen. Daarbij wordt per bijeenkomst de nadruk gelegd op de implementatie ervan in het onderwijs, maar is er ook oog voor regionale projecten. De canon met de kleine c is nadrukkelijk een landelijk project, maar voor deze bijeenkomst in Limburg heeft de werkgroep enkele vensters uitgelicht die nauw met de streek verbonden zijn. Zo was er speciale aandacht voor het Tristanlied van Hendrik van Veldeke en het Sint-Jans-evangelie, werd Limburg als grensgebied belicht met een aangrijpend verhaal over een grenssoldaat in de Eerste Wereldoorlog en kwam ook de carnavalskraker Kiele Kiele Koeweit van Farce Majeure aan de orde. Een inleiding van Theo Meder en een aantal afsluitende woorden van hoogleraar Gerard Rooijakkers maakte de presentatie compleet.
De reacties van de aanwezigen waren overwegend positief, met name met betrekking tot het gevarieerde aanbod van verhalen. Leraren gaven te kennen graag in de klas te willen vertellen, en niet in de laatste plaats omdat verhalen beter beklijven dan droge feiten. Probleem is echter vaak dat de onderwijzers de passende sagen, legenden, liederen en andere vertellingen niet kennen. De canon met de kleine c biedt daarin een uitkomst.
Met de introductie van de website is tegelijkertijd ook een mogelijkheid tot reageren geopend. De werkgroep hoopt hiermee een discussie te voeden, die uiteindelijk zal leiden tot verbeteringen en aanvullingen op de canon met de kleine c. www.canonmetdekleinec.nl

 De werkgroep mondelinge canon, Gerard Rooijakkers tijdens de presentatie van de canon met de kleine c te Hoensbroek en een impressie van de zaal met toehoorders (v.l.n.r., foto's Theo Meder). Voor meer foto's van de presentatie, klik hier.
- 16 mei 2008. De werkgroep mondelinge canon presenteert de website van de canon met de kleine c in kasteel Hoensbroek (Heerlen) als de Canonkaravaan de provincie Limburg aandoet. Het adres van de website is: www.canonmetdekleinec.nl
 - 14 mei 2008: de canon met de kleine c bij NOVA (Nederland 2); interview met Theo Meder. - 8 mei 2008. Een PowerPoint-presentatie van de canon met de kleine c zal getoond worden op het KNAW-jubileum feest in de Beurs van Berlage. - 24 april 2008. Ruben Koman geeft een lezing in Schoonoord over het eerste venster van de mondelinge canon: Ellert en Brammert en vertelt over de mondelinge canon. In een artikel van Dagblad van het Noorden wordt de canon met de kleine c in het kort belicht. - 1 april 2008. De werkgroep mondelinge canon en Profiel Uitgeverij hebben in Den Haag de voorlopige website van de canon met de kleine c gepresenteerd aan dr. Hubert Slings van de Stichting Entoen.nu. - 18 dec. 2007. Met directeur van Scholma Druk en Profiel Uitgeverij uit Bedum, dhr. Martin Scholma, is overeengekomen dat Profiel Uitgeverij zorg zal dragen voor de website en de uitgave van een boek over de Mondelinge/verbale Canon van de Geschiedenis. - 11 december 2007. De mondelinge canon wordt genoemd in een brief van het ministerie van OC&W (minister Plasterk) aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Voor de gehele brief, zie: http://www.minocw.nl/documenten/50167.pdf
Brieffragment: " 2. De canon en de cultuursector Net als scholen kunnen culturele instellingen het verhaal van de canon voor een breed publiek tot leven wekken. Veel culturele instellingen hebben positief gereageerd op de verschijning van de canon en hebben een specifiek aanbod rondom de canon ontwikkeld. [....] Het Meertens Instituut inventariseert vijftig volksverhalen die scholen kunnen gebruiken als opstap naar de canonvensters. Daarbij is overigens niet alleen een rol weggelegd voor instellingen op het gebied van erfgoed. Ook vanuit andere sectoren kan een bijdrage worden geleverd aan de implementatie van de canon in het onderwijs, bijvoorbeeld door bibliotheken. De stichting entoen.nu bewaakt de samenhang tussen de verschillende initiatieven. Inzicht in de behoefte van het onderwijs naar (cultuureducatief) aanbod rondom de canon is in dat verband noodzakelijk. Om die reden zal een behoefteonderzoek worden gestart. Met de resultaten hiervan kunnen instellingen hun aanbod nog beter toespitsen op de behoefte van het onderwijs."
Zie ook: Tweede Kamer der Staten Generaal, vergaderjaar 2007-2008: vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van OCW voor het jaar 2008. (pdf), p. 3, punt 2 (de canon en de cultuursector). -27 november 2007: de mondelinge canon wordt onder 'andere canons' genoemd op de website van Entoen.nu In december 2007 heeft de werkgroep een gesprek met directeur Hubert Slings over de opzet en samenwerking.
- Op 16 november 2007 presenteerde Theo Meder, projectmanager van het DOC Volksverhaal, de eerste ideeën rondom de Canon van de Geschiedenis in 50 verhalen en liederen bij Beeld & Geluid op het Media Park te Hilversum. Bedoeling van deze bijeenkomst was om elkaar te informeren over op handen zijnde en inmiddels in gang gezette initiatieven rond de canon en de invoering daarvan in het onderwijs. |
|
Werkgroep 'mondelinge canon' |
|
Artikel over de 'mondelinge' canon (Vertel Eens) |
|
Verschijnt in: Vertel Eens, jrg. 3, nr. 1 februari 2008. Canon van de geschiedenis voor onderwijs en vertellers
Ruben A. Koman
Canon van de geschiedenis
In 2005 publiceerde de Onderwijsraad, een adviesorgaan voor de overheid, een advies waaruit bleek dat er een tekort was aan aandacht voor de waardevolle onderdelen van Nederlandse cultuur en geschiedenis die via het onderwijs aan nieuwe generaties meegegeven moest worden. Er is iets mis met de kennis van de jeugd omtrent de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Zo blijkt ondermeer dat er in het onderwijs minder accent wordt gelegd op het klassieke (en klassikale) verhalende element.[1] De commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon werd in 2005 opgericht en kwam met een ontwerp voor de inhoud van de Nederlandse canon, die bedoeld is voor alle Nederlanders in het algemeen, maar voor docenten in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs in het bijzonder. De vijftig canonvensters, van hunebedden tot Europese eenwording, kunnen gebruikt worden voor vakken als aardrijkskunde, ckv, cultuur, economie, geschiedenis, levensbeschouwing, natuurkunde en Nederlands en worden vanaf 2009 verplichte lesstof op de basisscholen en middelbare scholen.
Met de bekendmaking van de eerste plannen voor de Canon van de geschiedenis rond 2005, en tijdens het schrijven van volksverhalenboeken kreeg ik het idee om met behulp van pakkende volksverhalen de canon aantrekkelijker te maken voor het grote publiek. Tijdens het volksverhaalonderzoek bleek dat volksverhalen, gekoppeld aan de (lokale) geschiedenis, door menigeen aantrekkelijker werden gevonden dan wetenschappelijke geschiedenisteksten en jaartallen. Immers, een verhaal of lied zet zich gemakkelijker in het geheugen vast dan een reeks feiten. Dankzij het DOC Volksverhaal, opgericht in 2006, kon het idee gestalte krijgen en volksverhaalonderzoeker dr. Theo Meder en etnoloog prof. dr. Gerard Rooijakkers werkten het plan een jaar later verder uit. Met studenten van de Universiteit van Amsterdam werd een werkgroep gevormd. Dr. Hubert Slings, secretaris van de Canoncommissie, en hoofdredacteur/directeur van de stichting Entoen.nu deelde mee dat het onderwijs met smart zit te wachten op verhalen die aansluiten bij de canon. De commissie deelt in haar rapport mee dat er een brede steun was voor het pleidooi van de commissie voor herwaardering van verhalend onderwijs.[2] Door de geslonken bagage en vaardigheid van nogal wat leraren ter zake, is een extra handreiking gewenst. Lessen moeten volgens de commissie met verhalen ‘worden gekruid’. Vanuit het DOC Volksverhaal werd gekozen om, naast de verhalen, ook liederen aan de ‘mondelinge canon’ toe te voegen. Dit had vooral een praktische reden: het bleek ondoenlijk om voor elk canonvenster een pakkend volksverhaal te kiezen. Daarnaast werd er voor gekozen om het begrip ‘mondelinge (of verbale) canon’ te bekijken in een ruime context. De verhalen en liederen die gekozen werden hebben een driehoeksverhouding. Het gaat om verhalen en liederen waarbij het gesproken woord, het geschreven woord en het beeld elkaar beïnvloeden. In de canon van het verhaal en lied vormen mondelinge en schriftelijke uitingen en beelduitingen als het ware een culturele drie-eenheid. In de ‘mondelinge canon’ treffen we volksverhalen en dito liederen aan, onderverdeeld in genres zoals de sagen, legenden, moppen, persoonlijke vertellingen en familieverhalen en balladen. Volksverhalen en -liederen worden eeuwenlang van generatie op generatie overgedragen, maar hebben veel raakvlakken met de schriftelijke cultuur, of komen er zelfs uit voort. Veel verhalen en liederen gaan terug op schriftelijke bronnen. Er is meestal sprake van een zekere vermenging van beide domeinen. Beelden (prenten, tekeningen, schilderijen, film enz.) zijn vaak gebaseerd op gelezen en gehoorde voorstellingen, maar ze zorgen er ook weer voor dat er nieuwe beelden bij mensen ontstaan. De vensters in de mondelinge canon liggen dan ook op het gebied van mondelinge, schriftelijke of visuele cultuur. Het onderwijs in de school met wandplaten van Isings is zo’n duidelijk voorbeeld waarop de wereld van het schrift, het gesproken woord en beeld met elkaar interfereerden en kan gezien worden als inspiratiebron voor de mondelinge canon.
 Omslag van het canonrapport en een lemma uit de canon -Willibrord (canonrapport dl. B, p. 14)
Schoolplaten
Een schoolplaat, of een plaat voor het aanschouwingsonderwijs, werd gebruikt als illustratie bij de verhalen die de leraar vertelde. In de 19e eeuw was het aanschouwingsonderwijs ontwikkeld, waarbij schoolkinderen door zien, ruiken, voelen vertrouwd gemaakt moesten worden met de wereld. De wandplaten gingen over zaken als de dierenwereld, de landbouw en veeteelt. Voor biologieonderwijs zijn vooral de platen van Koekkoek bekend. Toen het geschiedenisonderwijs in 1857 bij de wet verplicht werd, werden schoolplaten ontwikkeld door illustrators als Jetses en vooral J.H. Isings Jr. Tussen 1910 en 1970 tekende Isings (1884-1977) 43 wandplaten. Vanuit het onderwijs kwam de wens naar voren om de geschiedenis door middel van beelden aanschouwelijk te maken. De eerste geschiedenisplaten kwamen uit Duitsland en werden in 1855 met Nederlands onderschrift geïntroduceerd. Bekend zijn onder meer Isings' platen ‘Een stad in de Middeleeuwen’, ‘De Noormannen van Dorestad’ en het ‘’Behouden Huys’, op Nova Zembla’. Isings vervaardigde voor christelijke scholen ook wandplaten over Bijbelverhalen. Vertellende leraren brachten de geschiedenis tot leven met platen van Isings en Jetses. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw was het voorbij met de wandplaten. Er werden geen nieuwe platen meer vervaardigd en de wereld van Isings raakte langzaamaan in de vergetelheid. Audiovisuele middelen, de dia, de video en de televisie namen de plaats van de schoolplaten in. De laatste jaren is er een opleving van de schoolplaten te zien. Zo biedt het Legermuseum te Delft eigen schoolplaten aan en het thema ‘beleven’ staat opnieuw centraal voor de leerling. Kinderen moeten kunnen voelen, ruiken, maar ook verhalen verteld worden en zélf verhalen vertellen. Ook (professionele) verhalenvertellers komen de laatste decennia steeds vaker in het klaslokaal.
 Wandplaat 'Het Behouden Huys op Nova Zembla' van Isings. Verhalen en liederen in de klas
P.J. Meertens trachtte Nederlandse volksverhalen en -liederen al eerder te introduceren binnen het onderwijs door middel van cursusboeken als Nederlandsche Volkskunde voor de lagere scholen. Hij was, tegen de heersende mening van de academische wereld in, van mening dat het instituut ook dienstverlening tegenover een breder publiek in de praktijk moest brengen. In de editie Nederland: volkskundig leesboek voor de lager scholen uit deze reeks (1931) komen volksliederen aan bod, raadsels, rijmen, maar ook legenden zoals de verhalen van Sint Maarten en Sint Nicolaas. Daarnaast worden volksverhalen over heksen, weerwolven en bekende sagen als die van de Vliegende Hollander en de zeemeermin van Edam uitvoerig belicht. Volksverhaalthema’s werden vroeger, maar ook nu, al verteld in de klas. Jan-Hendrik Potter (*1940) uit Bellingwolde (Groningen) vertelde in 2006 ongeveer als volgt: “Vroeger toen de rivieren zijn gemaakt is de Rijn gegraven door twee reuzen. Tot bij Wijk bij Duurstede zijn er dijken, maar daarna zijn er geen dijken meer. Op dat moment heeft de ene reus het zand in zijn tabaksdoos meegenomen om de messen blank mee te maken. Dat verhaal werd op school wel eens verteld tijdens de aardrijkskundeles. Tot Wijk bij Duurstede waren er dijken langs de Rijn en dan heb je geen dijken meer. Dat ligt natuurlijk aan het landschap. Het landschap verschilt daar wat. Vervolgens krijg je de Utrechtse Heuvelrug. Er werd dan verteld: 'Eén van die reuzen heeft toen het zand meegenomen om, voor zijn vrouw thuis, de pannen en de lepels en de vorken mee te schuren. Dat werd ons met aardrijkskunde dan wel eens verteld. Dat was als het ware een ezelsbruggetje om dat te onthouden. Dan kreeg je de Utrechtse Heuvelrug. Het landschap veranderde. Dat vertelde de schoolmeester op school.” [3] In Groningen en met name Drenthe worden lokale sagen, zoals het verhaal van de reuzen Ellert en Brammert, nog met regelmaat verteld. Op die manier kan in het onderwijs aandacht worden besteed aan de lokale cultuur en geschiedenis.
Canon in vijftig verhalen en liederen
In de ‘verbale of mondelinge canon’ staan voorbeeldverhalen en -liederen die exemplarisch zijn voor een lemma uit de bestaande Canon van de geschiedenis. Uiteraard kunnen ook andere verhalen en liederen gekozen worden om de canon toe te lichten. In de verhalen- en liederencanon zijn sommige vensters vanzelfsprekend. In de mondelinge overlevering en vertelcultuur past bij het canonvenster ‘Hanzesteden’ logischerwijs de sage van het Vrouwtje van Stavoren (zie elders in dit nummer in de rubriek ‘Uit de verhalenbank’) en bij de VOC het Vliegende Hollanderverhaal. Het verhaal van Hugo de Groot en zijn boekenkist staat weliswaar in de canon van de geschiedenis zélf, maar behoort ook opgenomen te worden in de mondelinge canon. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Naast de verhalen is ook de, door de canoncommissie genoemde ‘muzische dimensie van de canon’ aanwezig. De canon van de geschiedenis moet, volgens het rapport, niet alleen kennis, maar ook schoonheid inprenten.[4] Muziek heeft de canoncommissie, niet zonder spijt, bij haar strenge selectie niet zo prominent weten te plaatsen.[5] De Canon in verhaal en lied hoopt daar verandering in te brengen. Bij sommige vensters moest langer worden gedebatteerd om tot een geschikt verhaal of lied te komen. Uiteindelijk is gekomen tot een mondelinge canon van vijftig vensters, die aansluiten bij de canon van de geschiedenis. De vensters bevatten sagen, legenden, anekdotes, persoonlijke vertellingen en getuigenissen, moppen, verzen en liederen, boeken en afbeeldingen. Waar de schoolwandplaten voor leerlingen vroeger bepalend waren voor het beeld van de geschiedenis, zullen de canonvensters dat in de toekomst zijn. De pakkende verhalen en liederen sluiten hier naadloos bij aan, en zouden, naast didactische doeleinden, zelfs gebruikt kunnen worden voor het nieuwe Nationaal Historisch Museum in Arnhem, dat het verhaal in het museum centraal wil gaan stellen. De mondelinge canon, en de bijbehorende verhalen en liederen, zijn dan ook van belangrijke toegevoegde waarde. Hoewel naast liederen en persoonlijke verhalen er ook (vaak ‘fantasievol’ geachte) volksverhalen in de canon van de mondelinge geschiedenis voorkomen, maken ook deze genres deel uit van de geschiedenis van de mondelinge overlevering en vertelcultuur van Nederland. Een aan de historie gekoppeld verhaal is immers, zoals Isings zei: ‘Geen droom of sprookje, doch beeld en analyse van een tijdperk.’[6] Waar de bestaande canon van de geschiedenis reikt van de hunebedden tot Europese eenwording, hoopt de canon van de mondelinge overlevering dan ook verder te gaan van de sage van Ellert en Brammert tot het genre van de Belgenmop.
Noten [1] Van Oostrom (2006/2007), deel A, p. 17. [2] Van Oostrom (2006/2007), deel C, p. 43. [3] Bewerkte versie van www.verhalenbank.nl, idnr. RKOMAGRON0404 [4] Van Oostrom (2006/2007), dl. A, p. 25. [5] Van Oostrom (2006/2007), dl. A, p. 49. [6] Niemeyer (2000), p. 156.
Verwijzingen Dekker, Roodenburg [et al.]. Volkscultuur: een inleiding in de Nederlandse etnologie. Nijmegen: Sun, 2000. Oostrom, Frits van. Entoen.nu: de canon van Nederland: rapport van de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2006-2007. Niemeyer. J.H. Isings: historieschilder en illustrator. Kampen: Kok, 2000. Rooijakkers, Gerard. ‘Beeldlore tussen oraliteit en verschriftelijking. Een culturele drieëenheid in de vroegmoderne Nederlanden.’ In: Bijvoet, Koopman [et al.] (red.) Bladeren in andermans hoofd: over lezers en leescultuur. Nijmegen: Sun (1996), p. 126-163. Wouters, Waterink [et al.]. Nederlandsche volkskunde voor de lagere scholen. Nederland: volkskundig leesboek voor de lagere scholen. Groningen: P. Noordhoff, 1931.
Internet www.docvolksverhaal.nl www.entoen.nu www.verhalenbank.nl www.wereldorientatie.net/htm/schoolplaten/index.htm
|
|
De Hanze 1356-ca. 1450 Handelssteden in de Lage Landen
 Beeld van het Vrouwtje in Stavoren (Foto R.A. Koman, 2007)
De Vrouwe van Stavoren
Stavoren of Staveren was eens een belangrijke en rijke koopstad en de oudste handelsstad van Friesland. In de stad werd meer gehandeld dan in welke andere plaats in Europa. Door luxe en weelde waren zelfs de stoepen van de stad van goud en ook de pilaren van de kerk glinsterden van het edelmetaal. Zelfs de luifels boven de deuren waren van goud. De rijkste inwoner van de stad was een weduwe, die alles bezat wat zij zich kon wensen. Op een dag stuurde zij een schipper naar zee om het meest kostbare voor haar te gaan halen wat er op aarde te vinden was. De schipper voer alle wereldzeeën af, maar nergens vond hij iets wat kostbaar genoeg was voor de Vrouwe van Stavoren. Op een dag echter vond hij het mooiste koren dat hij ooit had gezien. Hij vermoedde dat dit het meest kostbare ter wereld zou moeten zijn. De man laadde zijn schip vol met het gewas en zeilde in zijn kogge terug naar huis. Thuisgekomen meldde de weduwe aan de schipper dat het koren niet eens goed genoeg was voor haar varkens. De man moest zijn waar aan bakboord overboord gooien. In de haven vertelde een oude bedelaar tegen de Vrouwe dat zij het koren beter niet overboord kon gooien. Deze verspilling zou een zonde zijn en ze zou zeker door God gestraft worden. Mocht zij dit wel doen, dan zou de Vrouwe eens zo arm worden dat zij zelfs om brood zou moeten bedelen. De Vrouwe van Stavoren lachte de man uit, trok een ring van haar vinger en wierp deze in de haven, zeggende: 'Net zo min als deze ring ooit zal terugkomen, zo min zal ik arm worden.' De volgende dag stond er vis op het menu en een dienstmeid van de Vrouwe vond bij het schoonmaken de ring in de buik van een vis. Vanaf dat moment kreeg de weduwe het ene na het andere onheilsbericht. Haar schepen vergingen, haar pakhuizen vlogen in brand en haar land werd langzaam opgeslokt door de zee. De vrouw werd zo arm, dat ze zelfs moest bedelen om brood. Op de plaats waar het graan in zee was geworpen, groeiden ledige aren en ontstond een zandbank. Stavoren was vanaf die dag voor schepen niet meer toegankelijk en de stad raakte in verval. De hele stad moest boeten voor de zonden van de Vrouwe van Stavoren. Op de zandbank, het Vrouwenzand, groeide voortaan het vrouwenkoren, een duinplant met loze aren. In 19e eeuwse straatliederen leest men nog 'Nog ziet men aan het strand Zoo rijk in vroeger dagen, De haven, gansch verzand, Een zee van halmen dragen, Maar ledig zijn die aren, Geen korrel lacht u aan, Als blijk wat hier voor jaren, Gods almacht heeft gedaan.'
Het 'Vrouwenzand' was de naam voor een zandplaat voor de haven van Stavoren, maar verwijst in werkelijkheid naar 'Us leaffrouwe', Maria, de patrones van het klooster St. Odulfus dat hier ooit gestaan moet hebben. Toen de benaming Vrouwenzand niet meer goed begrepen werd is het verhaal van de Vrouwe van Stavoren er waarschijnlijk aan vastgehecht. Stavoren was een belangrijke handelsstad in de middeleeuwen en werd in 1385 lid van de Hanze. Aan het eind van de middeleeuwen raakte de stad in verval. De internationaal bekende sage van het Vrouwtje van Stavoren moet dit verval verklaren. In werkelijkheid lag de teloorgang van de Hanzesteden in de opkomst van steden als Antwerpen, en later Amsterdam, aan het eind van de 16e eeuw. Door het omleggen van handelsroutes en verzanden van de haven kwam aan de bloei van Stavoren een einde. Voor het bevaren van de wereldzeeën was de haven van Stavoren daarnaast te klein geworden voor Hollands grote en machtige schepen.
Verwijzingen
- Dekker, Ton; Kooi, Jurjen van der; Meder, Theo. 'Het Vrouwtje van Stavoren'. In: Van Alladdin tot Zwaan kleef aan. Lexicon van sprookjes, ontstaan, ontwikkeling, variaties. Nijmegen 1997 , p. 396-399.
- Doornbosch, Ate. 'Hoort vrienden, hoort een lied (het vrouwtje van Stavoren)'. In: Onder de groene linde: verhalende liederen uit de mondelinge overlevering (dl. 1). Amsterdam 1987, p. 325-331.
Internet
http://www.verhalenbank.nl/lijst_lexicon.php?act=detail&volksverhaal_type=AT%200736A http://www.verhalenbank.nl/detail_volksverhalen.php?id=COHEN001 mp3 http://www.liederenbank.nl/liedpresentatie.php?zoek=80911 http://www.willemwever.nl/antwoord?vraag=fnxnXsHrGmKvKwGewL
|
|
Hugo de Groot 1583-1645 Pionier van het moderne volkenrecht
 Hugo de Groot stapt in de boekenkist - 18e-eeuwse gravure van S. Fokke (Prinsenhof, Delft)
De boekenkist
Als één verhaal in Nederland over Hugo de Groot in het collectieve geheugen staat gegrift, dan is het wel zijn ontsnapping uit slot Loevestein in een boekenkist. Er is een historielied op gemaakt, dat meerdere mensen in de 20e eeuw nog op hun repertoire bleken te hebben. Onderstaande versie hebben verzamelaars Marie van Dijk en Theo Meder voorgezongen gekregen door Grada van Slegtenhorst (*1938) op 17 augustus 1999 in Utrecht:
Op Loevestein woonde eens een man, Het is reeds lang geleên, Van wie zelfs vriend en vijand zei: Zo knap is er niet een. Maar ach, zijn knapheid hielp niet veel, Hij had er weinig an, Want nee, hij woonde daar niet als heer, Maar als gevangen man.
Juist kwam de boekenkist op 't slot Waar op stond: aan De Groot. En weldra sprak zijn slimme vrouw: Nu zijn we uit de nood. Ze dragen jou in deze kist Voor boeken uit het slot; Je gaat voorlopig naar Parijs En blijft daar buiten schot.
Maar nauwelijks was De Groot ontsnapt Of daar kwam de cipier. Hij maalde luid en schold geducht En maakte veel getier. Maar man, sprak toen mevrouw De Groot, Wat zet je 'n boos gezicht? Wees dankbaar, want jij had de huig, En die heb ik gelicht.
De slotregel is dubbelzinnig. Enerzijds is Huig een andere vorm van de naam Hugo: in langere versies van het lied wordt hij al eerder Huig genoemd. De cipier had Hugo als gevangene, maar door de list van zijn vrouw Maria is hij bevrijd. Daarnaast kan "iemand de huig lichten" echter ook betekenen: iemand oplichten of bedriegen. Deze ontknoping is al te vinden in het in 1657 gepubliceerde gedicht over de ontsnapping door de Haagse dichter Jacob Westerbaen: "Gij had den Huigh, en dien heb ik gelicht". Het gevatte antwoord moet het vernuft van echtgenote Maria de Groot-Van Reigersberch nog eens onderstrepen. In 1619 was rechtsgeleerde en vrijzinnig protestant Hugo de Groot in conflict geraakt met de contra-remonstrantse stadhouder prins Maurits en werd hij als landverrader tot levenslang veroordeeld. Hij werd vastgehouden op slot Loevestein, dat toen dienst deed als staatsgevangenis. Zijn vrouw Maria zat vrijwillig bij hem opgesloten, maar zij mocht bijvoorbeeld boodschappen doen op de markt in Gorcum of Woudrichem. Na verloop van tijd verslapten de controles van de gevangenbewaarders. Het was Hugo de Groot toegestaan om te schrijven en om boeken te lezen. De boeken werden aan- en afgevoerd in een grote boekenkist. Volgens de overlevering was het Maria's idee om in de boekenkist te ontkomen. Meerdere keren heeft Hugo vantevoren geoefend om twee uur lang muisstil te liggen in de gesloten kist. 's Ochtends vroeg, op 22 maart 1621 verstopte Maria de boeken bij hun in bed, en ging Hugo zelf in zijn ondergoed in de kist liggen. De kist werd nergens op zijn inhoud gecontroleerd zodat de list lukte. De soldaten klaagden nog wel dat de kist erg zwaar was, alsof Hugo de Groot er zelf in zat. De kist werd, onder het wakend oog van dienstmeid en vertrouwelinge Elsje van Houwelingen, over de Waal naar Gorcum gevaren en daar aangekomen vermomde Hugo zich als metselaar en is in etappes naar Parijs gevlucht. Het gerucht wil dat Maria werd vrijgelaten toen de commandant het puntdicht van Westerbaen onder ogen kreeg - maar dat laatste is vrijwel uitgesloten. Vrouw en kinderen voegden zich enige tijd later bij Hugo. Deze historische vertelling van de boekenkist is overlevering en onderwijs zo gaan domineren, dat hele generaties leerlingen nauwelijks een notie hebben dat Hugo de Groot “pionier van het moderne volkenrecht” was. En – het was te verwachten met zo’n historisch icoon – niet minder dan drie musea claimen over de enige echte boekenkist van Hugo de Groot te beschikken: het Rijksmuseum in Amsterdam, museum Het Prinsenhof in Delft en kasteel Loevestein zelf.
Verwijzingen
- 10-cents-gids voor de bezoekers van Loevestein: bevattende tevens een geschiedkundig overzicht. Gorinchem [z.j.].
- Michael Brekelmans: Slot Loevestein. Den Haag & Zutphen, 1987.
- Hugo de Groot: het Delfts orakel, 1583-1645. Delft, 1983.
- Theo Meder & Marie van Dijk: Doe Open Zimzim. Verhalen en liedjes uit de Utrechtse wijk Lombok. Amsterdam 2000, p. 241-242.
- Bert Stamkot: Loevestein. 2e druk. Utrecht, 1990.
- René van Stipriaan: Ooggetuigen van de Gouden Eeuw in meer dan honderd reportages. Amsterdam, 2000, p. 138-139.
- Jacob Westerbaen: Gedichten. Ed. Johan Koppenol. Amsterdam, 2001, p. 64.
Internet
http://www.meertens.knaw.nl/vvbeheer/detail_volksverhalen.php?id=DEGROOTL1 http://www.liederenbank.nl/liedpresentatie.php?zoek=81182&lan=nl http://www.liederenbank.nl/resultaatlijst.php?zoek=59956&actie=incipitnorm http://www.anno.nl/i002895.html http://www.cultuurwijs.nl/cultuurwijs.nl/cultuurwijs.nl/i001061.html http://www.slotloevestein.nl/ |
|
|
|
|
|
|