Hoe staat het met de verhaalkennis van autochtonen en allochtonen?
Eind 1998 heeft een team van taalkundigen en volkskundigen een enquête gehouden in de Utrechtse multiculturele wijken Lombok en Transvaal. De enquête behelsde een Taal- en Cultuurpeiling en is gehouden als een a-selecte steekproef onder 10% van de 3000 huishoudens in Lombok en Transvaal. Aan die 300 huishoudens is onder meer gevraagd naar de bekendheid met een aantal verhaalfiguren, namelijk Aicha-Kandisha (een Marokkaanse heksenfiguur), Anansi (de spin), Klein Duimpje, Nasreddin Hodja (een Turkse geestelijke met Uilenspiegel-achtige trekjes) en Hans en Grietje. Eén van de uitkomsten was, dat onder autochtonen Hans en Grietje en Klein Duimpje overbekend zijn: respectievelijk 99 en 100% van de autochtonen kent ze. En onder de allochtonen valt het ook niet tegen: respectievelijk 74 en 72% kent deze sprookjesfiguren. De jonge allochtonen scoren nog beter. In de leeftijdscategorie van acht tot en met twintig jaar kent zelfs 95% van hen Klein Duimpje en Hans en Grietje. In het multi-culturele Lombok kent voorts 23% van de allochtonen de spin Anansi, terwijl zelfs 31% van de autochtonen Anansi kent. Aicha-Kandisha is eigenlijk alleen bekend bij de Marokkanen (89%), terwijl Nasreddin Hodja bij 100% van de Turken bekend is. Autochtonen komen bij deze verhaalfiguren niet verder dan 4%. Anansi is bekend bij tweederde van de Surinamers, en bij een kwart tot een derde van de Turken, de Marokkanen en de Nederlanders. Voorzover men de resultaten zou mogen veralgemeniseren, onderkennen we de volgende tendensen: allochtonen zijn beter op de hoogte van autochtone sprookjesfiguren dan andersom, en met name de jonge allochtonen zijn heel behoorlijk op de hoogte. Anansi neemt qua bekendheid een opvallende tussenpositie in.